Posts tonen met het label herinneringen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herinneringen. Alle posts tonen

zondag 1 februari 2015

Hoge waters, stille gronden

Afgelopen vrijdag mocht ik een workshop LinkedIn geven aan een groep werkzoekenden. Het was de derde bijeenkomst, les, cursusmiddag, dinges.

Ik vind dat wel leuk, voor de klas staan (ik stond trouwens helemaal nergens vóór, ik zat gewoon tussen iedereen in), juffen heeft wel iets. Een paar jaar geleden organiseerde ik een workshop voor verpleegkundigen en nóg wat langer geleden ...

donderdag 1 januari 2015

Blik (2)


Ik ben er niet altijd even goed in van kribjes te scheiden - what's in an expression - en ook een jaar afsluiten is afscheid nemen. Alsof, zoiets zal het wel zijn, ik me daarmee losmaak van wat het aan leuks heeft gebracht (wat natuurlijk flauwekul is). Maar ik heb aan de andere kant wel altijd heel erg zin in Nieuw. Want om de hoek wachten ervaringen die ik nog niet ken.

Het was een bijzonder jaar, 2014. Blikken.

dinsdag 9 december 2014

Moeder (2)

Vandaag is het in alle onvoorstelbaarheid tien jaar geleden dat mijn moeder overleed. De dag voor haar dood had mijn broer haar slaapkamer in de kerstlampjes gezet. Als om het sluipende naderende einde niet de kans te geven al het licht weg te nemen.

Wat was ze moe. Ze had tot het einde toe haar strijd gevoerd. In de stilte die haar zo eigen was. En met de geruisloze kracht die haar hele leven omlijstte. Ik weet nog dat ik die dag ineens vond dat ze zelf een beetje licht gaf. Dat ze er bij het kaarslicht uitzag als een meisje. Het lijf was klaar met de strijd, maar haar hoofd was wakker en helder. Hoe bijzonder is het dat je soms weet wat je niet kunt weten. En dat het op zo'n moment vanzelfsprekend is. Ze overleed de volgende ochtend.

Tien jaar. Ik kan het me helemaal niet voorstellen. Ik heb er beelden van nu bij, niet van een andere tijd, niet van een andere constellatie. Maar dat is natuurlijk ook waar het over gaat. Verbondenheid. Dat heeft niets te maken met fysieke aanwezigheid. Ze is gewoon verhuisd naar een eeuwig huisje in mijn hart.

zaterdag 11 oktober 2014

Liefdesliedjes (2)

Kookboeken. Ook zo'n ding. Kookboeken en kooktijdschriften.

Vanmiddag legde ik ze allemaal in een paar grote stapels op de grond, ikzelf ertussen gevouwen, en sprak mezelf toe: 'De helft moet weg'. 'Dat kan dus niet', antwoordde ik. 'Want?' 'Nouhou ...'

  • Oké, ik kijk nooit meer in dit boek, máár ik kreeg het van die-en-die, vanwege zus-en-zo.
  • Dit zijn al zulke oude tijdschriften, die kan ik alleen daarom al niet weggooien.
  • Belangrijk naslagwerk. Heb ik nodig voor mijn werk.
  • Historisch document. Hoe moet ik anders duiden?
  • Nee, en dit boek kan dus écht niet weg, want dat kreeg ik een keer van een vriendje.

maandag 6 oktober 2014

Liefdesliedjes

Wat pak je het eerste als je terug wilt denken aan je schooltijd, een vakantie, een feestje? Juist, een fotoalbum.

Ik ben aan het opruimen. En dan komt een mens veel tegen. Want om te weten of iets opgeruimd mag worden, moet je het toch eerst door je handen laten gaan. En dat betekent weer dat je het in je hoofd ook moet coderen: wat is het, van wanneer is het en van welke gelegenheid is het, om aan de hand daarvan te bepalen of het weg mag of niet.

maandag 15 september 2014

Opruimen

In dit huis wordt opgeruimd. Met het oog op een Groot Aanstaand Project.

Nu heb ik vaker in mijn leven drastisch opgeruimd, dus het is niets nieuws. Er zijn in dat kader ook klussen die ik graag aanpak; geef mij bijvoorbeeld keukenkastjes en je ziet me een paar dagen niet terug (heeft ongetwijfeld ook met de plek zelf te maken, al rangschikkend sta ik in gedachten ondertussen iets te koken). Maar er zijn ook domeinen waar ik eerst heel lang omheen loop. Omdat er zo veel herinneringen aan vastzitten en ik het gevoel heb dat ik ook die weggooi als er iets in een vuilniszak verdwijnt. En ik ben niet zo goed in afscheid nemen.

vrijdag 22 augustus 2014

Parijs in augustus


Als ik zo tussendoor even YouTube moet ik vaak denken aan mijn woordenboeken. Woordenboeken? Ja, woordenboeken. Als ik tijdens mijn studie - maar het gebeurt ook nu nog wel - met de Petit Robert (de Franse Van Dale) in mijn handen zat om een woord op te zoeken kwam ik tien tegen één een woord tegen dat me óók heel leuk leek, en voor ik het wist was ik tegelspringend in een compleet andere wereld terechtgekomen. Een paar stappen verder verwijderd van mijn oorspronkelijke doel, een paar woorden dichter bij de gedroomde wijsheid.

Wat ik vanmorgen op YouTube zocht weet ik niet meer precies, maar mijn oog viel op Charles Aznavour en via dat filmpje kwam ik uit bij Paris au Mois D'août. Parijs in augustus. Ik denk aan een bezoek aan die stad. En zoals dat met herinneringen gaat: ze komen nooit uitsluitend als gedachten. Nooit alleen in beelden. Ik ruik weer wat ik rook, de eerste geuren van de herfst in de vroege ochtend. De ademrondjes in de lucht. Mijn neus is het allereerste herinneringszintuig. Ik hoor de ochtendgeluiden, de avondstappen naar en van de restaurants. En zie de kleding die ik toen droeg. Pied de poule. Zwart-witte tijdloosheid. Nog steeds een liefde. Onsterfelijk met Chanel (No. 5) en (Miss) Dior.

Parijs in augustus. Ja.
Ja.

zondag 15 juni 2014

Vaderdag

Op deze Vaderdag prachtige muziek - een celloconcert - van Carl Philipp Emanuel Bach, misschien wel de bekendste muzikale zoon van de grote Johann Sebastian.

Ik denk aan mijn vader.


vrijdag 6 juni 2014

Vader (2)

Ik zal niet het enige kind zijn dat op een bepaald moment zegt: onvoorstelbaar dat het alweer een jaar geleden is dat - in dit geval - mijn vader is overleden. Vandaag is het zijn sterfdag.

Dat hij er niet meer is, is een gegeven. Er komt voor iedereen een moment van afscheid en hij heeft een prachtige leeftijd mogen bereiken. En zijn heldere geest heeft hem daarbij bijna tot het eind vergezeld.  De laatste periode was hij, als zijn hoofdje in nevelen was gehuld, in een wereld waar ik niet kon komen, al zag ik ook daar vaak patronen die ik herkende. Maar hij had ook prachtige heldere momenten. Dan vroeg hij hoe het met mijn werk ging. En wist feilloos te vertellen voor welke organisaties ik zoal gewerkt had.

Hij was een echte ondernemer. Besloot weer te investeren in een verbouwing van een van de zaken als wij het stof van de vorige nog van onze kleren stonden te kloppen. Mijn vader werkte in de voorhoede als pleitbezorger, waar mijn moeder met kalme hand het achterland organiseerde. Ooit heeft hij een wethouder zó bevlogen verteld over de noodzaak van een woning voor een van zijn medewerkers dat hij hem aan de zakdoeken kreeg. Hij kon geweldig vertellen.

Werden zijn woorden vroeger vaak gestut door de felheid van uitroeptekens, later werden ze beschouwender. Hij had de gave om terug te kijken in zelfreflectie. Hoe kleiner hij werd, hoe wijzer zijn hoofd. Ook was hij dankbaar. Voor het leven. Voor zijn gezondheid. Voor vriendelijke gebaren van mensen uit zijn omgeving. Hij zei het elke dag. Wie kan daar niet van leren?

Voor zijn begrafenis schreef ik een 'gedicht'. De laatste regels:

Mijn oorsprong en mijn vraagbaak en deel van mijn levensader
De woorden die mijn werk zijn, blijven deze dagen stil
Ik vind ze niet, ze zijn er niet voor wat ik zeggen wil
In dierbaarheid en dankbaarheid en eeuwigheid. Mijn vader.





maandag 5 mei 2014

Recordare (2)


Bevrijdingsdag. 

Het voelt zo vanzelfsprekend. Gewoon maar rond kunnen lopen. Op ieder moment van de dag. Gewoon aan elkaar kunnen vertellen wat je bezighoudt, misschien wel zorgen baart. Gewoon naar elkaar toe kunnen gaan. Om elkaar kunnen geven, ongeacht kleur en achtergrond. Léven! In alle vrijheid. Maar ik weet dat het helemaal niet vanzelfsprekend is. En weet dat dat ruim zeventig jaar geleden hier ook niet zo was. 

Al kan ik me slechts een verre voorstelling maken van hoe het ook anders kan zijn, ik probeer - met vallen en opstaan - elke dag even stil te staan bij die vrijheid. Bij het cadeau van elke dag. En te koesteren wat is. 

Opdat we niet vergeten. Recordare. - Ik plaatste het linkje in januari ook, maar toen werd ineens het filmpje van YouTube verwijderd. Laten we kijken of we er nu wat langer van mogen genieten. Ik vind het zelf iedere keer weer van een grote ontroering. - 



zondag 4 mei 2014

Vuur

4 mei. Dodenherdenking. Ik ben blij dat het nog bestaat. Dat er nog aandacht voor is, ook al is het volgend jaar zeventig jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog.

Ieder jaar hoor en zie ik nieuwe verhalen op tv. Ik koester ze. Omdat er ieder jaar minder mensen zijn die het kunnen navertellen. Ieder jaar zijn er minder getuigen. We kunnen nog zo veel digitaal vastleggen, nog zo veel boeken schrijven, maar het staat allemaal niet in de schaduw van de levende verhalen van hen die erbij waren. We kunnen het ze nog vragen.

Om 20:00 uur mogen we twee minuten stil zijn. Dat is voor mij letterlijk 'mogen'. Wij krijgen de kans, wij hebben de keus om dat te doen. Om even onze eigen deuren te sluiten. Om gewoon even stil te staan. Los van het respect dat we daarmee tonen voor alle gevallenen, het is ook een groot geschenk aan onszelf. We mogen het zomaar. In al onze vrijheid.

Natuurlijk denk ik ook aan eigen dierbaren die er niet meer zijn. Aan eigen verdriet en aan eigen verlies. En brand ik mijn eigen kaarsjes. Maar als we nou om 20:00 uur even samen stil zijn, dan moet dat toch één mooi groot vuur opleveren?

woensdag 19 maart 2014

Moeder

Eind januari schreef ik over de verjaardag van mijn vader. Maar ik had natuurlijk ook een moeder. En vandaag zou ze 90 zijn geworden.

De langste tijd die ik met haar door mocht brengen is de tijd dat mijn vader en zij in ons ouderlijk huis woonden. Vlak bij de Amstel, waar wij vanaf ons terras op uit keken. Ze hield van die plek. Ze voedde er zes kinderen op, werkte met mijn vader dag en nacht in de zaak die ze hadden, ging tussendoor naar talloze beurzen en zat ook nog eens uren achter de naaimachine. Ze was er een meester in om tussen de middag even een hazenslaapje van vijf minuten te doen en dan weer fris verder te gaan. Ze had een eindeloze energie.

Het verschil met mijn vader was dat zij haar werk als haar werk zag, terwijl mijn vader naast de zaak één grote hobby had: de zaak. 'Dat wordt nog wat als jullie er straks mee stoppen!', klonken de waarschuwingen toen ze overwogen om met pensioen te gaan. Mijn vader zou zich, uit verveling, verschrikkelijk gaan zitten bemoeien met alles wat mijn moeder deed. Maar het liep anders. Mijn vader ging fietsen en overal en nergens penningmeesteren, mijn moeder trok zich terug op haar eigen grondgebied. Waar ze eerst nog samen met mijn vader boodschappen deed liet ze het later aan hem over, omdat het elke keer een eeuwigheid duurde voor ze weer thuis waren. Iedereen kende mijn vader, mijn vader kende iedereen. Mijn moeder had niet zo'n behoefte om naar buiten te treden. Ze ging schilderen - ze maakte prachtige aquarellen - en werkte graag in haar tuin aan de Vecht. Weer was er een rivier die haar thuis was.

Eén huwelijk, twee verschillende mensen. Mijn vader kon zich in vroeger dagen mateloos ergeren aan het onverstoorbare zachte ritme van mijn moeder (hij zat al in de auto als zij haar haar nog netjes stond te doen in de badkamer), mijn moeder kon verschrikkelijk mopperen over de kippendrift van mijn vader die weinig geduld had, maar onder aan de streep hielden ze elkaar heel mooi in evenwicht. In het gezin. In hun werk. En in de manier waarop ze samen invulling gaven aan het leven. Mijn vader was van de grote, strakke lijnen, mijn moeder van de fijnmazigheid.

Aan het eind van de zomer van 2003 werd bij mijn moeder eierstokkanker geconstateerd. Na een operatie en vele chemokuren leek ze zich te herstellen, maar kort daarna kreeg ze weer slecht nieuws. Ze vocht tot het eind en ook dat deed ze het liefst in haar eigen stille rust, ook al stonden we allemaal in liefde om haar heen. Na weer een operatie gaf ze de strijd op en zei dat ze naar huis wilde. Die laatste weken bracht ze thuis in bed door. Met uitzicht op haar eigen Vecht. Soms was ze te moe om te praten. Dat vond ze vervelend, je was immers bij haar op bezoek. Dan ging ik, in de machteloze onbeholpenheid die je hebt als je iemand die zo dierbaar is zo voelt lijden, voor haar zingen. Daar hield ze van. Vroeger al. Ik kan me geen tijd herinneren dat ik niet zong en als ik het deed, zette mijn moeder altijd de radio uit. Dierbaar.

Mijn moeder was uniek. In de geruisloze passen die ze door het huis zette. In de manier waarop ze zich kleedde, altijd verzorgd, met gelakte nagels en een zakdoekje binnen handbereik. In haar mimiek. In de eigenheid van haar taalgebruik. In haar gewoontes; ik denk ineens aan de ongebruikte verpakte suikerklontjes die ze altijd in haar handtas deed voor je-weet-maar-nooit en die van lieverlee onder in die tas een sneeuwtapijtje vormden, aan de lapjes die ze altijd overal had liggen om nog even een tafeltje of iets dergelijks af te nemen (ik vrees hier wel een kleine erfenis), en aan de kapotte kopjes die ze, zolang ze het nog enigszins deden, niet weggooide, waardoor het keukenkastje steeds meer veranderde in een circus van los servies. Ik weet nog hoe ze rook. En ik ben altijd bang dat ik dat vergeet. Of dat ik van binnen niet meer weet, niet meer voel hoe ze eruitzag. En tegelijkertijd is het zo onvoorstelbaar dat ze er al bijna tien jaar niet meer is. Want ze is ook gewoon nog dichtbij.

De foto dateert uit 2004. Ik vierde mijn verjaardag bij mijn ouders, omdat ik wist dat mijn moeder de volgende niet meer mee zou maken. Haar kleren die veel te groot waren geworden. Dat dierbare hoofdje dat nog maar zo kort wit was. Ik denk aan haar.


vrijdag 7 maart 2014

Samen

Ik heb een oud vriendenzooitje. Eigenlijk meer: wat ongeregeld gedoe, dat bij elkaar gehouden wordt door de gedachte aan een dierbare grijze bordercollie. De jaren na ons werk samen spraken we elkaar hier en daar nog wel, maar toen de grote grijze roerganger in 2008 overleed, zag je ineens zijn bindende kracht. Want vanuit alle hoeken en gaten kwamen velen van ons ongevraagd samen in het epicentrum van onze gedeelde herinneringen. 

Wat daarvan overbleef: zeven man (er zit een Engelse verstekeling tussen die ons verleden helemaal niet deelt, maar zich via een van ons met succes heeft zitten inburgeren, dus we tellen hem mee). En wij zien elkaar ongestructureerd regelmatig. Eerst in die goede oude schuur, waar we als vanouds om de tafel schoven met glazen en kazen. En nu is het, als het zich voordoet, gewoon Ergens, en nemen we zelf van alles onder onze arm mee. Ook hebben we een virtuele hangout, op Facebook. Daar delen we de verbinding met heel veel historie. Van wie ons nu als uitsluitend brave zielen inschat - ja, dat komt voor - weten we in ieder geval: die heeft ons toen nooit meegemaakt. 

Lang geleden, een vrijdagmiddag in de Bosschuur
En in onze Facebook-schuur las ik vannacht een bericht van een van ons. Over een andere collega van toen, die via LinkedIn zijn relaties vertelde dat hij zijn account ging sluiten. Omdat, zo schreef hij, na een gevecht van ruim een jaar tegen kanker, de ziekte heeft gewonnen. En omdat hij zelf nog allerlei dingen wil afsluiten, zodat zijn vrouw dat straks allemaal niet hoeft te doen.

Vanmorgen kwamen we weer even samen op die plek. En op onze virtuele krukjes zaten we er verslagen bij. Al spraken deze collega en wij elkaar van niet veel tot helemaal niet meer, toch raakte het bericht ieder van ons. Om hemzelf. Om zijn vrouw. Om die dappere brief. En om de herinneringen aan een zeldzame tijd die uiteindelijk het fundament onder al onze gevoelens bij dit bericht is.

De een zei: ik ga hem toch nog een mail sturen. De ander had dat al gedaan. En ik zei: ik ga er iets over schrijven.

En daar zit ik.

Waar ga ik eigenlijk over schrijven? Wat is de boodschap? Misschien moet dit het wel zijn: dat het zo dierbaar is wat wij samen hebben. Om elkaar geven. Van elkaar willen weten. Met elkaar delen. Er voor elkaar zijn. Samen.

En dat we dat moeten koesteren. Omdat het nooit vanzelfsprekend is.

maandag 17 februari 2014

Antwerpen revisited

Er was eens ...

Ik heb een wat wisselende verhouding met Tijd. Tijd gaat te langzaam. Of juist veel te snel. Je hebt de tijd die je nog rest. En die staat tegenover de steeds langer wordende tijd tussen herinneringen en vandaag. In het ene geval is er begrip. In het andere verzet. En soms is het een kwestie van gedogen.

Gisteren zat ik met twee oud-studiegenoten bij te praten. Lang geleden studeerden wij samen in Antwerpen. Op een tolkenschool. Ik kan er een boek over schrijven, want die tijd was in alle opzichten bijzonder. We leefden, relatief ver van huis, premobiel en predigitaal. Leerden nieuwe woorden of nieuwe betekenissen van woorden die we al kenden (voor 'afslag op de botten' moet je niet bij de slager zijn, maar bij een schoenenwinkel). Hadden vaak lange collegedagen (op maandag van acht uur 's morgens tot zes uur 's middags). Maakten kennis met het fenomeen 'examenmarkt' (aan het eind van ieder academisch jaar spandoeken met je naam erop om ingeloot te worden voor een examen op een bepaalde dag), waarna we alle examens van dat jaar - wij hadden geen tentamens - in één keer kregen, en dat waren er soms bijna twintig. En bouwden een systeem waarin de weekendoverblijvers afspraken maakten over wie er zou koken - ik heb vaak als restaurant mogen fungeren. Maar boven alles was daar het decor van die stad in dat land dat zo dichtbij is, maar zo verschrikkelijk anders. 

1983
Een paar jaar geleden besloten wij met zijn drieën om er eens een reünie tegenaan te gooien. Dat wil zeggen, we bedachten dat het leuk zou zijn om 'een keer een paar mensen bij elkaar te organiseren', maar bij zulke projecten weet ik doorgaans erg slecht maat te houden. Binnen de kortste keren zaten we met de handgeschreven lijsten met namen van studiegenoten die toen, in de vorige eeuw, daar en daar woonden. En studenten van een tolkenschool, die blijven niet per definitie in België of Nederland wonen, laat staan in hun oude stad of dorp. Ik nam de communicatie op me en de taak om zo veel mogelijk mensen bij elkaar te sherlockholmesen. Belde onder andere met Moskou, Basel, Kaapstad en Thessaloniki. Ik keek op wereldklokken, belde 's nachts als het moest, en mailde de wereld rond. De omgeving muitte af en toe: 'Kun je het ook een keer over wat anders hebben?', maar ik vond dat speurwerk misschien nog wel de allerleukste klus van alle voorbereidingen. Want als ik op het juiste adres was beland, was er aan de andere kant soms ineens een ontploffing van enthousiasme. Soms, ook dat kwam voor, klonk er een aarzeling, maar als ik dan wat beelden schetste, hoorde ik in veel gevallen aan de andere kant ineens oude laatjes in hoofden openschuiven. Uit het niets kwamen vergeten gewaande gebeurtenissen weer op het netvlies. Er kwam ook een weblog, dat ik mocht volschrijven. En toen was daar de apotheose. Ruim honderd man kwam begin april 2011 naar Antwerpen. Van over de hele wereld. Thessaloniki kwam op de zaterdag van de reünie aan en vloog zondagochtend alweer terug. Het was uniek en overweldigend.

2014
Gisteren moesten we er weer even aan denken. Iemand zei: 'Is dat straks alweer drie jaar geleden?' Ja, drie jaar alweer. Zoals die studie alweer zo'n dertig jaar geleden is. Maar zo voelt het helemaal niet. Toen we in 2010 onze eerste afspraak hadden op onze oude school daar in Antwerpen, rook en gonsde alles nog vertrouwd. We verwachtten zó weer aan te moeten schuiven voor een college in het amfitheater. Op ons horloge kijkend om te zien of er genoeg tijd was voor een filterkoffietje in het Museum van de Schone Kunsten aan de overkant (omdat de koffie op school niet te hachelen was). De kalender zegt dertig jaar. Het hart ervaart gisteren. Wat is Tijd?

woensdag 29 januari 2014

Vader

Copyright Monique van de Vall
Vandaag is het mijn vaders verjaardag. De eerste na zijn dood. Zoals er dan altijd ineens 365 Eerste Dagen zijn. Trouwdag. Kerstmis. Nieuwjaarsdag. En nu dus zijn verjaardag.

De laatste maanden voor zijn dood verhuisde hij meer en meer naar binnen. In het gevecht tussen zijn heldere en zijn minder wakkere momenten begon de bewolkte kant langzaam maar zeker terrein te winnen.

Als ik dan zo bij hem zat, zijn dierbare, steeds kleiner wordende hoofdje gebogen naar een verre, verre wereld, waren woorden vaak eerder gordijnen tussen ons in dan een instrument om ons met elkaar te verbinden. Juist in die pure stilte was alles tastbaar dichtbij. En goed.

Het was in die periode dat ik een paar regels op papier zette.

Hoe verder weg uw ogen kijken
Hoe meer ik u zelf nader
Hoe minder woorden u bereiken
Hoe meer het één voelt. Vader.

Op de foto - uit de omstreken van 2002, als ik mij niet vergis - laat ik hem zien hoe mijn nieuwe digitale camera, o immens wonder der vooruitgang - cadeautje van Eckart! - een selfie-toen-het-woord-nog-helemaal-niet-bestond kan maken door de lens naar ons toe te draaien. De camera zelf wil inmiddels niet meer voor- of achteruit, maar ligt nog altijd, om mijn nostalgische gedachten een plezier te doen, in mijn kast. In hetzelfde lelijke lila toilettasje dat ik er destijds juist daarom bij kocht.

zondag 12 januari 2014

Herinneringen aan Eckart

Ik moet ineens aan Eckart te denken ... Mijn dierbare grijsje van Ex'tent, jarenlang mijn werkbuurman in de Bosschuur in Austerlitz. Zo'n beetje elke dag waaide ik even bij hem aan en dan bespraken we De Dingen. En tussendoor mailden we. Gelukkig heb ik veel van die mails bewaard; net ben ik er weer even diagonaal doorheen gewandeld. De oudste berichten die ik nog heb dateren van 1997. Rode draad: een heel bataljon aan bijnamen, voor elkaar, maar gemakshalve ook meteen maar even voor de halve wereld; een hoop zelfgebakken taal; heel veel liefde; luisterende oren waar nodig; en verschrikkelijk veel plezier. Ik zit er hier nog om te lachen. En te huilen, maar daar kom ik zo op. Rechts op mijn bureau een foto van ons tweeën. Het is augustus 1997 en ik ben jarig.

Toen ik het pand al lang en breed had verlaten belde - of was het mailde - hij me een keer. Hij had een boek geschreven, alles was opgemaakt en wel, maar hij wilde nog één keer een blik van een Juffrouw met een Rode Pen. Het boek: Eckart's Notes. Daarin vertelt hij hoe hij BSO(/Origin) van eenmansbedrijf tot een grote multinational liet groeien. En ervoor zorgde dat het geen onpersoonlijke kolos werd, maar een bedrijf met een hart en een ziel bleef. Wie het leest hoort hem praten. Ik regelde een werkplek met opmaakprogramma InDesign en toog aan het werk, gewapend met strakke instructies: ik mocht wel aan de punten en komma's zitten, maar er mocht niets gaan schuiven (", jongedame!"). Want alles was minutieus opgemaakt, inclusief nietjes en koffievlekken en markerstrepen. Twee dagen dook ik onder. Ik las en streepte. Schrapte en schoof. En leerde spaties zo te verkleinen dat er toch een extra woordje tussen paste zonder dat ik daarmee het ontwerp vakkundig vernaggelde. Het leverde me voor in het boek de functie 'Nakijkjuf' op. En zo werd onze dierbare vriendschap ook op papier, ten overstaan van de mensheid, bevestigd.

Ongeveer een jaar later. Telefoon. Dr.Bob. Binnen een minuut sta ik uit het niets te gillen. In wanhoop. Eckart is in zijn huis in Zuid-Frankrijk overleden. Aan een hartinfarct. De dag? Goede Vrijdag.

De week daarna zal ik nooit meer vergeten. In onze oude Bosschuur zaten we met een heleboel (oud-)collega's enveloppen te schrijven. Andere kwamen naar de Schuur om te kijken of ze konden helpen. Het was ongewoon gewoon. Bij alles wat we deden was het alsof Eckart zó binnen zou kunnen lopen. Ongetwijfeld scheldend op dat zooitje dat daar maar wat zat te doen in plaats van echt te werken. Of iets dergelijks. Zijn zware wenkbrauwen fronsend in vervaarlijke bochten. Om daarna de hele Schuur en een straal van een kilometer daaromheen zo te vullen met zijn bulderende lach dat de KLPD een speciale eenheid zou laten uitrukken.

Hij kwám ook echt nog even terug. Naar zijn eigen kantoor. Niet in een kist, maar op een soort baar. Omgeven door prachtige doeken en bloemen. Heel bijzonder: ik mocht even alleen met hem zijn. Ik vond het een cadeau. Op die vertrouwde plek waar ik zo vaak zijn hoofd had gemasseerd terwijl wij Het Leven Inclusief Belendende Activiteiten En Percelen doornamen, heb ik voorzichtig nog even mijn hand langs zijn haar laten gaan.

Dit jaar zou hij 75 worden, in april.

Hij blijft dichtbij.

vrijdag 3 januari 2014

Tijd



Copyright Valleur Tekst & Communicatie
De onschuld van de tweede klas lagere school ... 
Vanmiddag was ik bij de plechtigheid naar aanleiding van de dood van de moeder van een dierbare lagereschoolvriendin. Wonderlijk hoe je jezelf een eeuwigheid later ineens weer ziet rondrennen op het schoolplein. De geest is flexibel en schakelt vanuit het niets moeiteloos terug in de tijd. Je bént gewoon echt weer even toen.

Onderweg naar huis vormden zich een paar woorden in mijn hoofd om op te tekenen. Ik dacht aan dit oude weblog dat ik lang geleden opstartte. Toen mijn eigen website nog niet online was. Misschien iets om daar los te laten? Maar ja, dan heb ik wel nóg een virtueel leven dat ik bij moet houden, en ik kom eigenlijk al een soort van tijd te kort. E
r is nog zo veel te zien, ontdekken, doen, en wat-al-nieten en er zijn nog zo veel mensen die ik wil ontmoeten en zo veel verhalen die ik wil horen.

Terug naar de crematie. Daar zaten we. Even weer vroeger te wezen. Maar wel met de volwassen jas van nu aan. Ik vind het ook elke keer weer wonderlijk hoe de ratio (het is goed zo, het was een mooi leven, de cirkel is rond) naast de emotie (het gemis, de wetenschap dat weer een stukje verleden onder je wordt weggeslagen) kan bestaan. Je kunt zoiets tegelijk zijn. Verstand en gevoel vallen even samen.

Mooie herinneringen kwamen langs. Ik heb me ook scheefgelachen om de hilarische verhalen van de kleinkinderen over hun oma. En er was muziek. Zoals 'In my life' van the Beatles. In de auto, terug naar huis, zong ik hardop mee 'Mag ik dan bij jou?'. Nee, dat draaiden ze niet, dat had ik zelf bij me. 'Als het einde komt, en als ik dan alleen ben, mag ik dan bij jou?'

Wat me van vandaag óók bijblijft is dat een van de gasten, wijzend naar mij, blijkbaar heeft gevraagd: "Wie is dat meisje?"