Posts tonen met het label vader. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vader. Alle posts tonen

donderdag 28 januari 2016

Vader (3)


Gedichtendag vandaag.

Ik denk aan mijn vader. Morgen is het zijn verjaardag. En dat blijft zo. Ook nu hij er niet meer is.

Voor zijn rouwkaart schreef ik


U leefde uw dag zonder afstand en kilte
Een leven, voor eeuwig gedragen door Licht
Het licht dat u, met het hiernamaals in zicht
Tot rust bracht en leidde, gekoesterd door stilte. 


Vandaag en morgen. Maar eigenlijk altijd: heel, heel dichtbij. 




zondag 15 juni 2014

Vaderdag

Op deze Vaderdag prachtige muziek - een celloconcert - van Carl Philipp Emanuel Bach, misschien wel de bekendste muzikale zoon van de grote Johann Sebastian.

Ik denk aan mijn vader.


vrijdag 6 juni 2014

Vader (2)

Ik zal niet het enige kind zijn dat op een bepaald moment zegt: onvoorstelbaar dat het alweer een jaar geleden is dat - in dit geval - mijn vader is overleden. Vandaag is het zijn sterfdag.

Dat hij er niet meer is, is een gegeven. Er komt voor iedereen een moment van afscheid en hij heeft een prachtige leeftijd mogen bereiken. En zijn heldere geest heeft hem daarbij bijna tot het eind vergezeld.  De laatste periode was hij, als zijn hoofdje in nevelen was gehuld, in een wereld waar ik niet kon komen, al zag ik ook daar vaak patronen die ik herkende. Maar hij had ook prachtige heldere momenten. Dan vroeg hij hoe het met mijn werk ging. En wist feilloos te vertellen voor welke organisaties ik zoal gewerkt had.

Hij was een echte ondernemer. Besloot weer te investeren in een verbouwing van een van de zaken als wij het stof van de vorige nog van onze kleren stonden te kloppen. Mijn vader werkte in de voorhoede als pleitbezorger, waar mijn moeder met kalme hand het achterland organiseerde. Ooit heeft hij een wethouder zó bevlogen verteld over de noodzaak van een woning voor een van zijn medewerkers dat hij hem aan de zakdoeken kreeg. Hij kon geweldig vertellen.

Werden zijn woorden vroeger vaak gestut door de felheid van uitroeptekens, later werden ze beschouwender. Hij had de gave om terug te kijken in zelfreflectie. Hoe kleiner hij werd, hoe wijzer zijn hoofd. Ook was hij dankbaar. Voor het leven. Voor zijn gezondheid. Voor vriendelijke gebaren van mensen uit zijn omgeving. Hij zei het elke dag. Wie kan daar niet van leren?

Voor zijn begrafenis schreef ik een 'gedicht'. De laatste regels:

Mijn oorsprong en mijn vraagbaak en deel van mijn levensader
De woorden die mijn werk zijn, blijven deze dagen stil
Ik vind ze niet, ze zijn er niet voor wat ik zeggen wil
In dierbaarheid en dankbaarheid en eeuwigheid. Mijn vader.





woensdag 19 maart 2014

Moeder

Eind januari schreef ik over de verjaardag van mijn vader. Maar ik had natuurlijk ook een moeder. En vandaag zou ze 90 zijn geworden.

De langste tijd die ik met haar door mocht brengen is de tijd dat mijn vader en zij in ons ouderlijk huis woonden. Vlak bij de Amstel, waar wij vanaf ons terras op uit keken. Ze hield van die plek. Ze voedde er zes kinderen op, werkte met mijn vader dag en nacht in de zaak die ze hadden, ging tussendoor naar talloze beurzen en zat ook nog eens uren achter de naaimachine. Ze was er een meester in om tussen de middag even een hazenslaapje van vijf minuten te doen en dan weer fris verder te gaan. Ze had een eindeloze energie.

Het verschil met mijn vader was dat zij haar werk als haar werk zag, terwijl mijn vader naast de zaak één grote hobby had: de zaak. 'Dat wordt nog wat als jullie er straks mee stoppen!', klonken de waarschuwingen toen ze overwogen om met pensioen te gaan. Mijn vader zou zich, uit verveling, verschrikkelijk gaan zitten bemoeien met alles wat mijn moeder deed. Maar het liep anders. Mijn vader ging fietsen en overal en nergens penningmeesteren, mijn moeder trok zich terug op haar eigen grondgebied. Waar ze eerst nog samen met mijn vader boodschappen deed liet ze het later aan hem over, omdat het elke keer een eeuwigheid duurde voor ze weer thuis waren. Iedereen kende mijn vader, mijn vader kende iedereen. Mijn moeder had niet zo'n behoefte om naar buiten te treden. Ze ging schilderen - ze maakte prachtige aquarellen - en werkte graag in haar tuin aan de Vecht. Weer was er een rivier die haar thuis was.

Eén huwelijk, twee verschillende mensen. Mijn vader kon zich in vroeger dagen mateloos ergeren aan het onverstoorbare zachte ritme van mijn moeder (hij zat al in de auto als zij haar haar nog netjes stond te doen in de badkamer), mijn moeder kon verschrikkelijk mopperen over de kippendrift van mijn vader die weinig geduld had, maar onder aan de streep hielden ze elkaar heel mooi in evenwicht. In het gezin. In hun werk. En in de manier waarop ze samen invulling gaven aan het leven. Mijn vader was van de grote, strakke lijnen, mijn moeder van de fijnmazigheid.

Aan het eind van de zomer van 2003 werd bij mijn moeder eierstokkanker geconstateerd. Na een operatie en vele chemokuren leek ze zich te herstellen, maar kort daarna kreeg ze weer slecht nieuws. Ze vocht tot het eind en ook dat deed ze het liefst in haar eigen stille rust, ook al stonden we allemaal in liefde om haar heen. Na weer een operatie gaf ze de strijd op en zei dat ze naar huis wilde. Die laatste weken bracht ze thuis in bed door. Met uitzicht op haar eigen Vecht. Soms was ze te moe om te praten. Dat vond ze vervelend, je was immers bij haar op bezoek. Dan ging ik, in de machteloze onbeholpenheid die je hebt als je iemand die zo dierbaar is zo voelt lijden, voor haar zingen. Daar hield ze van. Vroeger al. Ik kan me geen tijd herinneren dat ik niet zong en als ik het deed, zette mijn moeder altijd de radio uit. Dierbaar.

Mijn moeder was uniek. In de geruisloze passen die ze door het huis zette. In de manier waarop ze zich kleedde, altijd verzorgd, met gelakte nagels en een zakdoekje binnen handbereik. In haar mimiek. In de eigenheid van haar taalgebruik. In haar gewoontes; ik denk ineens aan de ongebruikte verpakte suikerklontjes die ze altijd in haar handtas deed voor je-weet-maar-nooit en die van lieverlee onder in die tas een sneeuwtapijtje vormden, aan de lapjes die ze altijd overal had liggen om nog even een tafeltje of iets dergelijks af te nemen (ik vrees hier wel een kleine erfenis), en aan de kapotte kopjes die ze, zolang ze het nog enigszins deden, niet weggooide, waardoor het keukenkastje steeds meer veranderde in een circus van los servies. Ik weet nog hoe ze rook. En ik ben altijd bang dat ik dat vergeet. Of dat ik van binnen niet meer weet, niet meer voel hoe ze eruitzag. En tegelijkertijd is het zo onvoorstelbaar dat ze er al bijna tien jaar niet meer is. Want ze is ook gewoon nog dichtbij.

De foto dateert uit 2004. Ik vierde mijn verjaardag bij mijn ouders, omdat ik wist dat mijn moeder de volgende niet meer mee zou maken. Haar kleren die veel te groot waren geworden. Dat dierbare hoofdje dat nog maar zo kort wit was. Ik denk aan haar.


woensdag 29 januari 2014

Vader

Copyright Monique van de Vall
Vandaag is het mijn vaders verjaardag. De eerste na zijn dood. Zoals er dan altijd ineens 365 Eerste Dagen zijn. Trouwdag. Kerstmis. Nieuwjaarsdag. En nu dus zijn verjaardag.

De laatste maanden voor zijn dood verhuisde hij meer en meer naar binnen. In het gevecht tussen zijn heldere en zijn minder wakkere momenten begon de bewolkte kant langzaam maar zeker terrein te winnen.

Als ik dan zo bij hem zat, zijn dierbare, steeds kleiner wordende hoofdje gebogen naar een verre, verre wereld, waren woorden vaak eerder gordijnen tussen ons in dan een instrument om ons met elkaar te verbinden. Juist in die pure stilte was alles tastbaar dichtbij. En goed.

Het was in die periode dat ik een paar regels op papier zette.

Hoe verder weg uw ogen kijken
Hoe meer ik u zelf nader
Hoe minder woorden u bereiken
Hoe meer het één voelt. Vader.

Op de foto - uit de omstreken van 2002, als ik mij niet vergis - laat ik hem zien hoe mijn nieuwe digitale camera, o immens wonder der vooruitgang - cadeautje van Eckart! - een selfie-toen-het-woord-nog-helemaal-niet-bestond kan maken door de lens naar ons toe te draaien. De camera zelf wil inmiddels niet meer voor- of achteruit, maar ligt nog altijd, om mijn nostalgische gedachten een plezier te doen, in mijn kast. In hetzelfde lelijke lila toilettasje dat ik er destijds juist daarom bij kocht.