Vorige week schreef Halina Reijn een column in De Morgen over ongewilde kinderloosheid. Dat wist ik helemaal niet, want ik lees De Morgen niet, maar ik kwam het artikel tegen doordat ene Caroline Konijn daar weer iets over zei in de Volkskrant. En dát artikel zag ik langskomen op Twitter.
Ik las dus eerst het Volkskrant-artikel. Gewapend met de nodige scepsis, omdat ze 'ervaringsdeskundige en coach' werd genoemd en dat zijn doorgaans niet de predicaten waar je mij mee aan het lezen krijgt. De term voor de vrouwen waar het artikel over ging wierp zo mogelijk een nog hogere drempel op: OK. Vrouwen die ongewild geen kinderen hebben gekregen zijn OK-vrouwen. Mocht je al een sherryverslaving overwegen is er geen beter moment, lijkt me.
Posts tonen met het label moeder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label moeder. Alle posts tonen
zondag 17 mei 2015
zondag 10 mei 2015
Moeder (3)
Ik moet ineens denken aan koppelwerkwoorden. Zijn. Worden. Blijven. Blijken. Lijken. Schijnen. Heten. Dunken. Vóórkomen. Zo leerde ik het rijtje op de lagere school en ik ken het nog altijd uit mijn hoofd. Koppelwerkwoorden horen bij een naamwoordelijk gezegde. Zij koppelen het onderwerp van een zin aan het naamwoordelijk deel van dat naamwoordelijk gezegde.
En het naamwoordelijk deel dat mij aan koppelwerkwoorden doet denken bevindt zich vandaag in ontbijtbedden. In tuinen. In weekendjesweg-oorden. In bezoekjesaan- en bezoekjesvancombinaties (al dan niet verstrikt in allerlei gedoe dat daarmee nogal eens gepaard gaat) (níét-bezoekjes, die zijn nog een tandje linker. Als iemand zegt: "Je hoeft van mij he-le-maal niet te komen, echt niet!" is het zaak héél goed te checken of dat waar is). Aan appjes en telefoontjes. En Zo. (Tuurlijk niet allemaal. Er zijn er ook die zitten te stofzuigen. Aan heggenscharen hangen. Kinderrommel opruimen. Of met hoofdpijn op de bank liggen. Of werken! Die zijn er ook. Tuurlijk.)
Moeder.
Een deel van de bijbehorende werkwoorden is, al dan niet bestrooid met een flinke schep zout of uitgesproken door dierb'ren na een schielijk weggewerkt glas lauwe witte wijn in een veel te hete zon, weleens op mij van toepassing. Maar het andere deel gewoon echt niet. Wat je er ook tegenaan zet.
Dat is goed. Want het ging zoals het ging. En dus is het zoals het is. In die enorme zee waarin verder zo veel zegeningen te tellen zijn dat mijn armen er niet omheen passen. Dat is geen pose, geen larmoyante tegeltjeswijsheid, maar een stevige overtuiging. Aan de muur van de eigen verantwoordelijkheid en zelfbeschikking waar ik zo verschrikkelijk aan hecht. Het leven speelt zich voorwaarts af. Niet achteruit. En niet in als-dan-scenario's. Boek dicht. Al waait het af en toe toch open. Ook dat is een gegeven dat een eigen bestaansrecht heeft.
Tot de maan en terug. Dat idee. Vanmorgen. Héél even. Vijf seconden. Toen was het weer weg. En dat is goed.
En het naamwoordelijk deel dat mij aan koppelwerkwoorden doet denken bevindt zich vandaag in ontbijtbedden. In tuinen. In weekendjesweg-oorden. In bezoekjesaan- en bezoekjesvancombinaties (al dan niet verstrikt in allerlei gedoe dat daarmee nogal eens gepaard gaat) (níét-bezoekjes, die zijn nog een tandje linker. Als iemand zegt: "Je hoeft van mij he-le-maal niet te komen, echt niet!" is het zaak héél goed te checken of dat waar is). Aan appjes en telefoontjes. En Zo. (Tuurlijk niet allemaal. Er zijn er ook die zitten te stofzuigen. Aan heggenscharen hangen. Kinderrommel opruimen. Of met hoofdpijn op de bank liggen. Of werken! Die zijn er ook. Tuurlijk.)
Moeder.
Een deel van de bijbehorende werkwoorden is, al dan niet bestrooid met een flinke schep zout of uitgesproken door dierb'ren na een schielijk weggewerkt glas lauwe witte wijn in een veel te hete zon, weleens op mij van toepassing. Maar het andere deel gewoon echt niet. Wat je er ook tegenaan zet.
Dat is goed. Want het ging zoals het ging. En dus is het zoals het is. In die enorme zee waarin verder zo veel zegeningen te tellen zijn dat mijn armen er niet omheen passen. Dat is geen pose, geen larmoyante tegeltjeswijsheid, maar een stevige overtuiging. Aan de muur van de eigen verantwoordelijkheid en zelfbeschikking waar ik zo verschrikkelijk aan hecht. Het leven speelt zich voorwaarts af. Niet achteruit. En niet in als-dan-scenario's. Boek dicht. Al waait het af en toe toch open. Ook dat is een gegeven dat een eigen bestaansrecht heeft. Tot de maan en terug. Dat idee. Vanmorgen. Héél even. Vijf seconden. Toen was het weer weg. En dat is goed.
dinsdag 9 december 2014
Moeder (2)
Vandaag is het in alle onvoorstelbaarheid tien jaar geleden dat mijn moeder overleed. De dag voor haar dood had mijn broer haar slaapkamer in de kerstlampjes gezet. Als om het sluipende naderende einde niet de kans te geven al het licht weg te nemen.
Wat was ze moe. Ze had tot het einde toe haar strijd gevoerd. In de stilte die haar zo eigen was. En met de geruisloze kracht die haar hele leven omlijstte. Ik weet nog dat ik die dag ineens vond dat ze zelf een beetje licht gaf. Dat ze er bij het kaarslicht uitzag als een meisje. Het lijf was klaar met de strijd, maar haar hoofd was wakker en helder. Hoe bijzonder is het dat je soms weet wat je niet kunt weten. En dat het op zo'n moment vanzelfsprekend is. Ze overleed de volgende ochtend.
Tien jaar. Ik kan het me helemaal niet voorstellen. Ik heb er beelden van nu bij, niet van een andere tijd, niet van een andere constellatie. Maar dat is natuurlijk ook waar het over gaat. Verbondenheid. Dat heeft niets te maken met fysieke aanwezigheid. Ze is gewoon verhuisd naar een eeuwig huisje in mijn hart.
Wat was ze moe. Ze had tot het einde toe haar strijd gevoerd. In de stilte die haar zo eigen was. En met de geruisloze kracht die haar hele leven omlijstte. Ik weet nog dat ik die dag ineens vond dat ze zelf een beetje licht gaf. Dat ze er bij het kaarslicht uitzag als een meisje. Het lijf was klaar met de strijd, maar haar hoofd was wakker en helder. Hoe bijzonder is het dat je soms weet wat je niet kunt weten. En dat het op zo'n moment vanzelfsprekend is. Ze overleed de volgende ochtend.
Tien jaar. Ik kan het me helemaal niet voorstellen. Ik heb er beelden van nu bij, niet van een andere tijd, niet van een andere constellatie. Maar dat is natuurlijk ook waar het over gaat. Verbondenheid. Dat heeft niets te maken met fysieke aanwezigheid. Ze is gewoon verhuisd naar een eeuwig huisje in mijn hart.
zaterdag 6 september 2014
Dicht (2)
woensdag 19 maart 2014
Moeder
Eind januari schreef ik over de verjaardag van mijn vader. Maar ik had natuurlijk ook een moeder. En vandaag zou ze 90 zijn geworden.
De langste tijd die ik met haar door mocht brengen is de tijd dat mijn vader en zij in ons ouderlijk huis woonden. Vlak bij de Amstel, waar wij vanaf ons terras op uit keken. Ze hield van die plek. Ze voedde er zes kinderen op, werkte met mijn vader dag en nacht in de zaak die ze hadden, ging tussendoor naar talloze beurzen en zat ook nog eens uren achter de naaimachine. Ze was er een meester in om tussen de middag even een hazenslaapje van vijf minuten te doen en dan weer fris verder te gaan. Ze had een eindeloze energie.
Het verschil met mijn vader was dat zij haar werk als haar werk zag, terwijl mijn vader naast de zaak één grote hobby had: de zaak. 'Dat wordt nog wat als jullie er straks mee stoppen!', klonken de waarschuwingen toen ze overwogen om met pensioen te gaan. Mijn vader zou zich, uit verveling, verschrikkelijk gaan zitten bemoeien met alles wat mijn moeder deed. Maar het liep anders. Mijn vader ging fietsen en overal en nergens penningmeesteren, mijn moeder trok zich terug op haar eigen grondgebied. Waar ze eerst nog samen met mijn vader boodschappen deed liet ze het later aan hem over, omdat het elke keer een eeuwigheid duurde voor ze weer thuis waren. Iedereen kende mijn vader, mijn vader kende iedereen. Mijn moeder had niet zo'n behoefte om naar buiten te treden. Ze ging schilderen - ze maakte prachtige aquarellen - en werkte graag in haar tuin aan de Vecht. Weer was er een rivier die haar thuis was.
Eén huwelijk, twee verschillende mensen. Mijn vader kon zich in vroeger dagen mateloos ergeren aan het onverstoorbare zachte ritme van mijn moeder (hij zat al in de auto als zij haar haar nog netjes stond te doen in de badkamer), mijn moeder kon verschrikkelijk mopperen over de kippendrift van mijn vader die weinig geduld had, maar onder aan de streep hielden ze elkaar heel mooi in evenwicht. In het gezin. In hun werk. En in de manier waarop ze samen invulling gaven aan het leven. Mijn vader was van de grote, strakke lijnen, mijn moeder van de fijnmazigheid.
Aan het eind van de zomer van 2003 werd bij mijn moeder eierstokkanker geconstateerd. Na een operatie en vele chemokuren leek ze zich te herstellen, maar kort daarna kreeg ze weer slecht nieuws. Ze vocht tot het eind en ook dat deed ze het liefst in haar eigen stille rust, ook al stonden we allemaal in liefde om haar heen. Na weer een operatie gaf ze de strijd op en zei dat ze naar huis wilde. Die laatste weken bracht ze thuis in bed door. Met uitzicht op haar eigen Vecht. Soms was ze te moe om te praten. Dat vond ze vervelend, je was immers bij haar op bezoek. Dan ging ik, in de machteloze onbeholpenheid die je hebt als je iemand die zo dierbaar is zo voelt lijden, voor haar zingen. Daar hield ze van. Vroeger al. Ik kan me geen tijd herinneren dat ik niet zong en als ik het deed, zette mijn moeder altijd de radio uit. Dierbaar.
Mijn moeder was uniek. In de geruisloze passen die ze door het huis zette. In de manier waarop ze zich kleedde, altijd verzorgd, met gelakte nagels en een zakdoekje binnen handbereik. In haar mimiek. In de eigenheid van haar taalgebruik. In haar gewoontes; ik denk ineens aan de ongebruikte verpakte suikerklontjes die ze altijd in haar handtas deed voor je-weet-maar-nooit en die van lieverlee onder in die tas een sneeuwtapijtje vormden, aan de lapjes die ze altijd overal had liggen om nog even een tafeltje of iets dergelijks af te nemen (ik vrees hier wel een kleine erfenis), en aan de kapotte kopjes die ze, zolang ze het nog enigszins deden, niet weggooide, waardoor het keukenkastje steeds meer veranderde in een circus van los servies. Ik weet nog hoe ze rook. En ik ben altijd bang dat ik dat vergeet. Of dat ik van binnen niet meer weet, niet meer voel hoe ze eruitzag. En tegelijkertijd is het zo onvoorstelbaar dat ze er al bijna tien jaar niet meer is. Want ze is ook gewoon nog dichtbij.

De foto dateert uit 2004. Ik vierde mijn verjaardag bij mijn ouders, omdat ik wist dat mijn moeder de volgende niet meer mee zou maken. Haar kleren die veel te groot waren geworden. Dat dierbare hoofdje dat nog maar zo kort wit was. Ik denk aan haar.
De langste tijd die ik met haar door mocht brengen is de tijd dat mijn vader en zij in ons ouderlijk huis woonden. Vlak bij de Amstel, waar wij vanaf ons terras op uit keken. Ze hield van die plek. Ze voedde er zes kinderen op, werkte met mijn vader dag en nacht in de zaak die ze hadden, ging tussendoor naar talloze beurzen en zat ook nog eens uren achter de naaimachine. Ze was er een meester in om tussen de middag even een hazenslaapje van vijf minuten te doen en dan weer fris verder te gaan. Ze had een eindeloze energie.
Het verschil met mijn vader was dat zij haar werk als haar werk zag, terwijl mijn vader naast de zaak één grote hobby had: de zaak. 'Dat wordt nog wat als jullie er straks mee stoppen!', klonken de waarschuwingen toen ze overwogen om met pensioen te gaan. Mijn vader zou zich, uit verveling, verschrikkelijk gaan zitten bemoeien met alles wat mijn moeder deed. Maar het liep anders. Mijn vader ging fietsen en overal en nergens penningmeesteren, mijn moeder trok zich terug op haar eigen grondgebied. Waar ze eerst nog samen met mijn vader boodschappen deed liet ze het later aan hem over, omdat het elke keer een eeuwigheid duurde voor ze weer thuis waren. Iedereen kende mijn vader, mijn vader kende iedereen. Mijn moeder had niet zo'n behoefte om naar buiten te treden. Ze ging schilderen - ze maakte prachtige aquarellen - en werkte graag in haar tuin aan de Vecht. Weer was er een rivier die haar thuis was.
Eén huwelijk, twee verschillende mensen. Mijn vader kon zich in vroeger dagen mateloos ergeren aan het onverstoorbare zachte ritme van mijn moeder (hij zat al in de auto als zij haar haar nog netjes stond te doen in de badkamer), mijn moeder kon verschrikkelijk mopperen over de kippendrift van mijn vader die weinig geduld had, maar onder aan de streep hielden ze elkaar heel mooi in evenwicht. In het gezin. In hun werk. En in de manier waarop ze samen invulling gaven aan het leven. Mijn vader was van de grote, strakke lijnen, mijn moeder van de fijnmazigheid.
Aan het eind van de zomer van 2003 werd bij mijn moeder eierstokkanker geconstateerd. Na een operatie en vele chemokuren leek ze zich te herstellen, maar kort daarna kreeg ze weer slecht nieuws. Ze vocht tot het eind en ook dat deed ze het liefst in haar eigen stille rust, ook al stonden we allemaal in liefde om haar heen. Na weer een operatie gaf ze de strijd op en zei dat ze naar huis wilde. Die laatste weken bracht ze thuis in bed door. Met uitzicht op haar eigen Vecht. Soms was ze te moe om te praten. Dat vond ze vervelend, je was immers bij haar op bezoek. Dan ging ik, in de machteloze onbeholpenheid die je hebt als je iemand die zo dierbaar is zo voelt lijden, voor haar zingen. Daar hield ze van. Vroeger al. Ik kan me geen tijd herinneren dat ik niet zong en als ik het deed, zette mijn moeder altijd de radio uit. Dierbaar.
Mijn moeder was uniek. In de geruisloze passen die ze door het huis zette. In de manier waarop ze zich kleedde, altijd verzorgd, met gelakte nagels en een zakdoekje binnen handbereik. In haar mimiek. In de eigenheid van haar taalgebruik. In haar gewoontes; ik denk ineens aan de ongebruikte verpakte suikerklontjes die ze altijd in haar handtas deed voor je-weet-maar-nooit en die van lieverlee onder in die tas een sneeuwtapijtje vormden, aan de lapjes die ze altijd overal had liggen om nog even een tafeltje of iets dergelijks af te nemen (ik vrees hier wel een kleine erfenis), en aan de kapotte kopjes die ze, zolang ze het nog enigszins deden, niet weggooide, waardoor het keukenkastje steeds meer veranderde in een circus van los servies. Ik weet nog hoe ze rook. En ik ben altijd bang dat ik dat vergeet. Of dat ik van binnen niet meer weet, niet meer voel hoe ze eruitzag. En tegelijkertijd is het zo onvoorstelbaar dat ze er al bijna tien jaar niet meer is. Want ze is ook gewoon nog dichtbij.

De foto dateert uit 2004. Ik vierde mijn verjaardag bij mijn ouders, omdat ik wist dat mijn moeder de volgende niet meer mee zou maken. Haar kleren die veel te groot waren geworden. Dat dierbare hoofdje dat nog maar zo kort wit was. Ik denk aan haar.
Abonneren op:
Posts (Atom)


